Misschien herken je dit. Je gebruikt omeprazol, pantoprazol of misschien heb je zelf een doosje Rennies gekocht bij de drogist. Je maagzuurklachten verdwijnen even, maar na verloop van tijd komen ze terug. Elke keer opnieuw.
Dat dit gebeurt is geen toeval. Maagzuurremmers onderdrukken de klacht, maar ze lossen de oorzaak ervan niet op. Die oorzaak is bijna altijd iets anders dan “te veel maagzuur” hebben. In de praktijk zien we dat maagzuurklachten meestal ontstaan door een combinatie van factoren die voor veel mensen onbekend zijn. In dit artikel leg ik de vier meest voorkomende uit.
Je lichaam mist de bouwstoffen om maagzuur te maken
Je lichaam maakt maagzuur niet uit het niets. Het heeft daar specifieke voedingsstoffen voor nodig. Een van de belangrijkste is zink. Zink zit van nature in alles wat uit de zee komt, zoals vis, mosselen, garnalen en de eetbare zeewieren. Als je weinig producten eet die uit de zee komen, dan kan je lichaam een zinktekort ontwikkelen.
De meeste mensen denken op dat moment dat ze te veel maagzuur hebben. Maar het tegenovergestelde is vaak het geval. Bij een zinktekort kan je maag de samenstelling van het maagzuur niet op orde houden. Je hebt dan te weinig maagzuur, of de samenstelling klopt niet. Hierdoor kun je dat zure, brandende gevoel krijgen. Dit kun je vergelijken met een glas ranja. Om ranja te maken heb je de siroop en water nodig. Als de verhouding niet klopt, is de concentratie veel te sterk. Iets soortgelijks gebeurt er in je maag. En als je dan een maagzuurremmer pakt, verlicht je tijdelijk de klachten, maar het onderliggende probleem wordt groter.
Het hebben van voldoende maagzuur heeft namelijk ook invloed op hoe goed jij je voedsel kunt verteren. Bij een maagzuurtekort wordt je voedsel niet goed verteerd, waardoor je urenlang een vol gevoel hebt na het eten, maar ook boeren en oprispingen. En als die oprispingen het zuur mee omhoog nemen, kun je dat weer ervaren als brandend maagzuur. Hierbij speelt ook nog mee of de sluitspier van je slokdarm goed sluit om het maagzuur in je maag te houden.
Stress zet je maagzuurproductie op een lager pitje
Wanneer je lichaam stress ervaart, schakelt het over op het vecht-vluchtsysteem. Bij dit overlevingsmechanisme stuurt je lichaam meer energie naar je armen en je benen, zodat je kunt vluchten of vechten om jezelf in veiligheid te brengen. Je spijsvertering en andere minder belangrijke processen worden tijdelijk op een spaarstand gezet. Dit heeft tot gevolg dat je maag minder maagzuur maakt, je darmen minder verteringssappen produceren, en dat je voedsel minder goed verteerd wordt.
Als je kijkt naar de evolutie van de mens, dan was stress functioneel. Het werd actief als er een gevaarlijk dier voor je stond of wanneer je belangrijke voedingsstoffen tekort kwam. Tegenwoordig hebben we veel meer vormen van stress. Zoals financiële zorgen. Een baan waar je niet gelukkig bent. Nachtrust die continu verstoord wordt. Negatieve zelfpraat en ondermijnende gedachten. En net als toen: tekorten van belangrijke voedingsstoffen, want dit vormt nog altijd een gevaar voor je lichaam en is daarmee een belangrijke bron van stress.
Zolang die stress aanhoudt, blijft je maagzuurproductie te laag. Dit heeft invloed op hoe goed jij je voedsel kunt verteren en de hoeveelheid voedingsstoffen die je daaruit kunt opnemen. Naarmate je lichaam steeds meer gebrek ervaart aan belangrijke voedingsstoffen, komen er meer en meer stressoren bij, waardoor langzaam een negatieve spiraal kan ontstaan waarbij de ene factor de andere versterkt en jij na verloop van tijd steeds meer lichamelijk ongemak en minder energie ervaart.
Ongewenste darmbewoners verlagen je maagzuur
Een van de factoren die van invloed kan zijn op een gebrek aan maagzuur leeft letterlijk in je darmen. In je darmen leeft namelijk een ecosysteem dat we darmflora of het microbioom noemen. Dit bestaat uit miljoenen verschillende bacteriën die in soort en aantal in een bepaalde samenstelling aanwezig horen te zijn. Als de samenstelling klopt, dan helpen deze bacteriën bij het verteren van de vezels die je eet en produceren ze hierbij belangrijke stoffen, waaronder lichaamseigen vitamines en het hormoon serotonine.
Onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk dat het microbioom verstoord raakt doordat er een bacteriële overgroei, schimmel of parasiet in je darmen komt. Je kunt ze binnenkrijgen via voedsel of water, en er kan overgroei ontstaan doordat ze de ruimte krijgen wanneer het microbioom verstoord raakt door een antibioticakuur, een eenzijdig voedingspatroon, stress en een verstoorde spijsvertering waar maagzuurremmers aan kunnen bijdragen.
Pathogenen verlagen het niveau van je maagzuur, waardoor jij je voedsel minder goed verteert. De onverteerde resten die achterblijven in je darmen dienen als voedsel voor deze ongewenste bewoners. Ze creëren dus letterlijk hun eigen voedselbron, ten koste van jou. Jij krijgt minder voedingsstoffen binnen, jouw vertering verslechtert, en de ongewenste bewoner is van alle gemakken voorzien.
Ondertussen merk jij klachten zoals een opgeblazen gevoel, buikpijn, wisselende ontlasting en maagzuurklachten. Stel dat je op dat moment een maagzuurremmer pakt. Dan verlaag je je maagzuur nog verder. Dat geeft misschien tijdelijk verlichting, maar doet precies wat die ongewenste bewoners willen. Bovendien is maagzuur een van je belangrijkste verdedigingslinies tegen dit soort indringers. Minder maagzuur betekent dat ze makkelijker de verteringsstap in je maag kunnen overleven, waarna ze zich in je darmen kunnen vermenigvuldigen.
Histamine-gerelateerde klachten
Van nature maakt je lichaam histamine aan. Dat is een stof die betrokken is bij heel veel verschillende processen in je lichaam, waar de aanmaak van maagzuur er een van is. Histamine stimuleert je maag om maagzuur te produceren.
Wanneer je maagzuur te laag is, maakt je lichaam meer histamine aan, omdat het de prikkel voor je maag is om meer maagzuur te maken. Maar als de voedingsstoffen ontbreken om dit te doen, of de maag geen toestemming krijgt om maagzuur te produceren omdat het stresssysteem actief is, dan wordt er steeds meer histamine geproduceerd dat vervolgens via je darmen in je lichaam wordt opgenomen. Een overschot aan histamine kan vervolgens allerlei klachten veroorzaken, zoals een opgeblazen gevoel, buikpijn en diarree, hartritmestoornissen, huidklachten zoals jeuk en eczeem, en zelfs hoofdpijn en migraine.
Ook bij het gebruik van een maagzuurremmer gaat het lichaam door met het aanmaken van histamine, waardoor deze klachten steeds verder kunnen toenemen. Zo ontstaat er een negatieve spiraal waar je zonder hulp moeilijk uitkomt. Dit is misschien wel de meest onbekende oorzaak van aanhoudende maagzuurklachten, en tegelijk een veel voorkomende in onze praktijk.
Wat kun je hieraan doen?
Wat al deze oorzaken gemeen hebben is dat een maagzuurremmer ze niet oplost. De klacht wordt tijdelijk verlicht, maar de onderliggende oorzaak blijft bestaan en kan zelfs verergeren.
De eerste stap is begrijpen wat er bij jou speelt. Is het een voedingstekort? Stress? Zijn het pathogenen in je darmen? Of is het een combinatie van factoren? Dit verschilt per persoon, en daarom is er niet één oplossing die voor iedereen werkt.
In het boek Eerste hulp bij Darmklachten legt Jeroen stap voor stap uit hoe je spijsvertering werkt, wat er mis kan gaan, en wat je eraan kunt doen. Wil je weten wat er specifiek bij jou aan de hand is? Via een ontlastingsonderzoek kunnen we de samenstelling van je darmmicrobioom in kaart brengen en vaststellen of er pathogenen aanwezig zijn die je klachten kunnen veroorzaken.
Wil je weten wat we voor jou kunnen betekenen om deze klachten blijvend te herstellen? Lees meer over onze persoonlijke begeleiding en plan een gratis kennismakingsgesprek van dertig minuten. Geen verplichtingen, geen verkooppraatje, gewoon een eerlijk gesprek over wat er mogelijk is.
